Terugblik: Wanderer – De levensweg van de mens

14 juni 2026

Theater Posa, Lelystad

Op zondag 14 juni sloot de Programmacommissie het seizoen 2025-2026 af met het het muzikaal-filosofische programma “Wanderer – De Levensweg van de mens”.

Na een terugblik op de activiteiten en gebeurtenissen van het afgelopen seizoen gingen wij luisteren naar de teksten van Jan Dijksterhuis en de pianomuziek van Tobias Borsboom.

Jan Dijksterhuis benoemde in de levensweg van de mens 6 stadia: 1, ‘Geworpenheid’, 2, ‘De mens kijkt rond’, 3, ‘Verwondering dreigt te stollen’, 4, ‘De mens verlangt naar rust’, 5, ‘Opnieuw verlangen naar beweging’ en 6, ‘Het besef van mysterie’.

Na elk stadium speelde pianist Tobias Borsboom op de hem eigen en kenmerkende, fijnzinnige en vertellende manier een passend muziekstuk. We luisterden onder andere naar ’Saudade’ – van Jacob ter Veldhuis, ‘Moments musicaux’ van Franz Schubert, ‘Nocturne in bes’ van Frédéric Chopin en ‘Clair de lune’ van Claude Debussy.

Jan Dijksterhuis sloot af met het hierna volgende gedicht dat hij speciaal voor deze bijeenkomst had gemaakt, zie hieronder.

De bijeenkomst werd goed bezocht: er waren 43 toehoorders. Zij kunnen terugzien op een boeiende, indrukwekkende morgen.

Jan Kreuter

In de tijd ben ik best lang….

In de tijd ben ik best lang,

als slak kroop ik door de dagen,

die een spoor in mij achterlieten,

beelden, geluiden, voelingen en geuren,

de laatste soms heel sterk en diep,

carbolineum op een schutting,

de geur van de zeekleigrond, wanneer nat.

Als ik dat ruik,

snel en effectief teruggeworpen naar kind.

Wat is de eerste herinnering?

Mijn moeder bij de deur, ze kijkt naar mij,

een liefdevolle blik,

waarom is dit zo gekleurd met weemoed?

Bijna verdriet, het lijkt als later ingekleurd door het leven,

met zijn eigen zwaar gewicht,

of toch ter plekke,

voor het eerst beseffend,

dat iemand anders naar mij kan kijken,

dus afgescheiden was,

een eigen mij/mijn.

En blijft het hele spoor intact?

Vervagen of verbleken hele gedeelten?

Het meeste verdwijnt, wordt gezegd door de kenners,

of wordt vervormd en ingevuld,

zelfs wanneer ik nu waarneem

vult iets van mij het meeste aan,

alsof ik begeleid

-door wie?- hallucineer.

En toch…

er zijn plekken van het spoor zolang onaangeraakt,

zogezegd, volledig uit het zicht,

en dan zoo helder oplichten,

en ik vraag me maar af waar dat verborgen was,

of ontstond, terug in de tijd.

In het geniep hoop ik,

dat het spoor behouden blijft,

wat mij betreft in alle detail.

En wanneer ikzelf allang vertrokken ben,

mijn spoor met alle andere sporen samen trilt,

in één grote symfonie.

En dat op dit op de één of andere manier,

altijd al de bedoeling was,

van deze hele, soms toch vreemde,

belachelijke sublieme* excercitie,

die leven heet.

*Vrij naar Peter Gabriël, uit “Playing for time”