12 mei 2026
Odd Fellowhuis, Dronten
Op dinsdagmiddag 12 mei sprak filosoof Remko van Broekhoven in het Odd Fellowhuis in Dronten over het intrigerende onderwerp “Sterven als een stoïcijn”.
Remko begon zijn verhaal met de aanleiding voor zijn aanwezigheid in Dronten: eigenlijk zou deze middag verzorgd worden door de filosofe Marja Havermans, maar vanwege haar overlijden in januari van dit jaar heeft de programmacommissie hem benaderd voor een inleiding over het afgesproken onderwerp. De tussenstap was nog geweest dat er vanuit de commissie daarvóór contact was geweest met zijn moeder, de filosofe Mirjam van Reijen, die deze lezing niet voor haar rekening kon nemen vanwege haar gevorderde dementie. En dementie is ook een (langdurige!) vorm van doodgaan, het is het sterven van een denkende mens….. Met deze inleiding kreeg de presentatie onmiddellijk een invoelbaar, persoonlijk karakter.
Omdat sterven onlosmakelijk verbonden is met leven en de mensheid zich daar al eeuwen lang mee bezig heeft gehouden, passeerden verschillende filosofen de revue. Zo was er een leerling van een Zenmeester die aan zijn leraar de vraag stelde: ”Hoe is het om dood te gaan?” De meester antwoordde: ”Hoe weet ik dat? Ik ben toch niet dood?” Ook was er de filosoof Epicurus (341-270 voor Chr) die de beroemde uitspraak deed: ”Wanneer wij er zijn, is de dood er niet. Wanneer de dood er is, zijn wij er niet”. Deze ‘nuchtere’ uitspraak benoemt overigens niet dat de dood ook betekent: verlies voor anderen – en dat verlies is er natuurlijk wel degelijk. Ook was er Zeno, een tijdgenoot van Epicurus, de eigenlijke grondlegger van het stoïcisme. Stoa staat voor ‘zuil’ en is genoemd naar een beschilderde zuilengang in Athene waar Zeno les gaf. De leer van Zeno legt de nadruk op het streven naar een houding van onverstoorbaarheid in situaties met pijn, leed of moeilijkheden.
Op de door hemzelf gestelde vraag “Wat is stoïcisme voor mij?” gaf Remko het antwoord: ”Stoïcisme is een levenswijze waarbij je je niet afhankelijk maakt van wat buiten je bereik ligt, maar waarbij je rust en kracht uit jezelf haalt”. Deze houding kan je helpen om de dood een plaats te geven (evenals therapie, geloof of cultuur dat kunnen). “Klaag dus niet over wat je ontrukt is, maar wees dankbaar voor wat je ten deel is gevallen” (Seneca. 4 v. Chr – 65 n. Chr). “Als je hebt ingezien dat het leven verliezen niet erg is, kan het leven je niets ergs brengen” (Montaigne, 1533-1592). “Angst voor, en verdriet over de dood is begrijpelijk; laat daarom zien dat je leeft en dat je lief hebt. Leef zo intens mogelijk en stel daarbij voorop: geef liefde en laat liefde aan jou geven” (Remko van Broekhoven, 1967 – heden).
Voor de 12 aanwezigen was het een boeiende middag met een erudiete en empathische inleider.
– Jan Kreuter